Ons zorgbeleid

 

Wie zit er in ons zorgteam?

De zorg voor elke kind is een zorg voor ons hele team. Het is een gedeelde zorg waarbij iedere partij zijn eigen verantwoordelijk heeft:

De klasleerkracht is de eerste verantwoordelijke voor de kinderen. Hij / zij werkt de hele dag met de kinderen en kennen hen vanuit het dagelijks werk. De ouders kunnen bij de leerkracht terecht met heel wat bekommernissen.

De directie bewaakt mee de koers en de krijtlijnen van het zorgbeleid en zorgt dat het hele team het zorgbeleid mee behartigt.

De zorgcoördinator / zorgleerkracht organiseert het overleg, brengt alle partijen bij elkaar. Voor specifieke vragen rond de begeleiding van problemen kunnen ouders bij de zorgleerkracht terecht. Ze begeleidt zelf ook individuele leerlingen of groepjes van leerlingen die nood hebben aan extra ondersteuning.

Het clb (centrum voor leerlingbegeleiding) is aanwezig op het extern mdo en bij sommige oudercontacten. Zij geven extra advies aan leerkrachten en ouders. Zij kunnen kinderen eventueel ook doorverwijzen naar externen (logopedie, kiné,…)

 

Zorg bij kleuters

Het zorgcontinuüm in de kleuterschool, zorg in 3 fases…

 

Fase 0 en 1:  preventieve basiszorg en verhoogde zorg

De eerste zorg wordt gegeven in de klas door de klasleerkracht

De klasleerkracht volgt de kleuters op, maakt observaties en differentieert waar nodig.  

Er wordt in groepjes gewerkt, extra materiaal aangeboden in de hoeken en volgens verschillende niveaus. Er worden concrete stappenplannen aangeboden. Voor de jongste kleuters gaat dit over de dagdagelijkse handelingen, denk maar aan de handjes wassen, naar toilet gaan, jassen aantrekken,… 

Voor onze oudere kleuters maken we een puzzelstappenplan, bouwplannen, knutselplannen, leesfriezen enz. 

Structuurgericht en voor de taalzwakkere kleuters bieden alle kleuterklassen verschillende pictogrammen aan. Voor de jongste kleuters wordt er gewerkt met foto’s en voor de oudste kleuters wordt er gewerkt met zwart/wit pictogrammen. 

Wanneer een klasleerkracht merkt dat de extra aanpassingen nog niet voldoende zijn, kan zij steeds beroep doen op de zorgleerkracht. Deze kinderen hebben nood aan een extra uitleg, extra oefening of speelleermomentje.

De extra zorg kan gebeuren in de klas of in een lokaal apart. De zorg kan individueel gegeven worden of in een klein groepje. Hierbij wordt steeds rekening gehouden met de beginsituatie van het kind.

Kleuterjuf en zorgleerkracht bespreken frequent de vorderingen en zorgen bij elke kleuter tijdens een intern MDO (multidisciplinair overleg).

 

Fase 2 : verhoogde zorg

Soms lijkt de zorg aangeboden door kleuterjuf en zorgleerkracht niet voldoende. We bekijken dan in overleg met de ouders of een bespreking met het CLB aangewezen is

Tijdens zo’n extern MDO bekijkt het zorgteam samen met het CLB welke aanpak voor de kleuter het meest aangewezen is. Soms wordt er geadviseerd om extra begeleiding in te schakelen (logopedie, kinesitherapie,…).

Indien nodig volgt er een gesprek tussen ouders, school en CLB.

 

Fase 3: overstap naar school op maat

Het kan zijn dat het zorgbeleid van de school en eventuele ondersteuning van externen onvoldoende antwoord bieden op de onderwijsbehoeften van de kleuter. De school heeft bijvoorbeeld onvoldoende draagvlak om adequaat in te gaan op de zorgvraag en de vraag om nog meer aanpassingen. Een overstap naar een school op maat met een specifiek aanbod kan een zinvol alternatief zijn. Zo bieden we het kind nieuwe kansen om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

 

Ons kleutervolgsysteem

 

Het hele jaar door observeert de kleuterjuf alle kleuters. De hele klas wordt 3 maal per schooljaar gescreend op verschillende ontwikkelingsgebieden. Dit gebeurt niet enkel voor de leerdomeinen (taalontwikkeling, wiskunde en motorische ontwikkeling) maar ook voor welbevinden, betrokkenheid en sociale ontwikkeling.

Deze screening dient als basis voor het intern MDO.

In de kleuterschool is er een dagelijks contact met de ouders. Ondervindt de kleuter op bepaalde vlakken moeilijkheden dan worden de ouders zo snel mogelijk gecontacteerd. Tijdens een oudercontact wordt er naar oplossingen gezocht.

Zorg in de lagere school

Het zorgcontinuüm in het lager onderwijs, zorg in 3 fases…

Fase 0: brede basiszorg

Bovenaan het zorgcontinuüm staat de preventieve basiszorg. Dit is de zorg die de leerkracht aan alle leerlingen biedt.

De leerkracht stimuleert de ontwikkeling van de leerling via een krachtige leeromgeving. De leerkracht werkt preventief, probeert problemen te voorkomen, analyseert, signaleert,….

Fase 1: verhoogde zorg

Voor sommige leerlingen volstaat de brede basiszorg niet. Zij hebben nood aan extra ondersteuning. Deze ondersteuning kan geboden worden door de klasleerkracht of door de zorgleerkracht. De extra zorg kan zowel in de klas aangeboden worden, als in de zorgklas, in een klein groepje of individueel.

In elke klas zitten leerlingen met beperkingen: moeilijke lezers of rekenaars, kinderen die hun aandacht er moeilijk kunnen bijhouden … Ondanks dat deze leerling een grote inspanning leveren, behalen zij toch niet het gewenste minimum. Om deze leerlingen te ondersteunen kunnen er sticordi-maatregelen genomen worden. Sticordi staat voor stimuleren, compenseren, remediëren en differentiëren. Leerlingen hebben geen diagnose nodig om in aanmerking te komen . Deze maartregelen worden altijd genomen op initiatief van de klasleerkracht en zorgkleerkracht, in overleg met de ouders . Wanneer deze maatregelen worden toegepast tijdens het maken van toetsen wordt dit duidelijk vermeld op de toets en op het rapport.

Enkele voorbeelden van sticordi-maatregelen:

·         Gebruik van hulpmiddelen bv. rekenmachine, maaltafelkaart

·         Verminderen van de oefeningen die een leerling moet maken

·         Weglaten van bepaalde leerstofonderdelen

·         Leesteksten op voorhand meegeven

       

Fase 2: uitbreiding van zorg

Soms lijkt de zorg van fase 1 niet voldoende. Na overleg met de ouders, wordt de leerling dan besproken met het CLB. Het zorgteam (klasleerkracht, directie en zorgcoördinator) bekijkt samen met het CLB welke bijkomende hulp nodig is om de leerling verder te begeleiden.

Soms wordt geadviseerd aan de leerling om externe begeleiding (logopedie, kinesitherapie,..) in te schakelen. Ook verder onderzoek door een extern centrum behoort tot de mogelijkheden.

 

Fase 3: zorg op maat

Het kan zijn dat het zorgbeleid van de school en eventuele ondersteuning door externen onvoldoende antwoord bieden op de onderwijsbehoeften van de leerling. De school heeft bijvoorbeeld onvoldoende draagvlak om adequaat in te gaan op de zorgvraag en vraag om nog meer aanpassingen. Een overstap naar een school op maat met een specifieke aanbod kan een zinvol alternatief zijn. Zo bieden we het kind nieuwe kansen om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

 

De LVS-toetsen

Het hele jaar door observeert de klasleerkracht en volgt hij de leerling nauwgezet op. Om een zo volledig mogelijk beeld te vormen van onze leerlingen maken we ook gebruik van een batterij testen (= leerlingvolgsysteem toetsen) om de leerlingen op een objectieve manier door hun lagere schoolcarrière op te volgen.

Het leerlingvolgsysteem is voor ons een hulpmiddel om het zorgbeleid vorm te geven, om die kinderen op te sporen die extra zorg, die onderwijs op hun maat en volgens hun capaciteiten nodig hebben.

We zijn er ons van bewust dat het afnemen van een toets een momentopname is en deze resultaten worden dus altijd geëvalueerd samen met de bevindingen van de klasleerkracht.

De toetsen worden afgenomen eind september en begin februari, behalve voor de leerlingen van het 1ste leerjaar.

Einde september

Begin februari

Einde mei

LVS wiskunde B 1- 2 – 3 – 4 -5 - 6

LVS wiskunde M 1 – 2 3 – 4 – 5 - 6

LVS wiskunde E1

LVS lezen B 2 – 3

Brus- test 4de leerjaar

LVS lezen M 1 – 2 – 3

Brus –test 4de leerjaar

LVS lezen E1

LVS spelling B 2-3-4-5-6

LVS spelling M 1 – 2 – 3 – 4 – 5 -6

LVS spelling E1

 

Nadat de toetsen verbeterd zijn, worden deze verwerkt om de resultaten op een objectieve manier te kunnen vergelijke met een grote testgroep.

Zone

Percentielscore *

Beoordeling

A

75  - 100

Zeer goed

B

50 - 75

Bovengemiddeld

C

25 - 50

Laaggemiddeld

D

15 - 25

Zwakker

E

0 - 15

Zeer zwak

 

(* Percentielscore =  een score die aangeeft hoeveel procent van de leerling dezelfde score of lagere heeft behaald.)

De resultaten van de leerlingen worden besproken tijdens het intern MDO.

 

De AVI-niveaus

De leestoets van de LVS-toetsen is een woordentest, d.w.z. dat de leerlingen zoveel mogelijk woorden moeten lezen binnen een bepaalde tijd. Bij de leerlingen die een D- of E-zone behalen, nemen we ook een avi-test af. Dit is een zinnentest (leerlingen moeten binnen bepaalde tijd een tekst lezen). Wij kiezen er bewust voor om niet van alle leerlingen een avi-niveau af te nemen,  enerzijds omdat dit geen meerwaarde biedt voor leerlingen met een gemiddeld leesniveau, anderzijds omdat dit een heel tijdrovende procedure is.

Als er van uw kind een avi-niveau wordt afgenomen, wordt u schriftelijk op de hoogte gebracht van het resultaat.


 

Socio-emotionele opvoeding en welbevinden

Een kind moet betrokken bezig zijn en zich goed in zijn vel voelen om optimaal te kunnen leren. Werken aan een positief zelfbeeld en aan verdraagzaamheid vinden wij daarom heel belangrijk. Daarom proberen we om kinderen te leren omgaan met hun gevoelens en ook om respect te hebben voor andere kinderen. Hiervoor maken we gebruik van de methode ‘Er zit een schat verborgen in jezelf’.

Wanneer we merken dat er conflict / pestgedrag is tussen bepaalde leerlingen zal de klasleerkracht eerst aan de hand  van een groepsgesprek en individuele gesprekjes het probleem proberen op te lossen. Wanneer dit niet voldoende blijkt te zijn, overleggen de klasleerkracht en zorgleerkracht samen om een oplossing te bieden op maat van de betrokken leerlingen. Dit doen we meestal op basis van de methode van het herstelgericht werken. Natuurlijk wordt u op de hoogte gebracht wanneer we zo’n procedure voor uw kind opstarten.

 

Het leerlingendossier

Elke leerling in onze school heeft een digitaal leerlingendossier. Het leerlingendossier is een middel om het zorgbeleid te ondersteunen. Het bevat relevante gegevens die van belang kunnen zijn voor de verdere begeleiding van de leerling. Het team gaat op een respectvolle wijze met de gegevens uit het leerlingendossier om.

Het dossier bevat:

·         Administratieve gegevens

·         Resultaten KVS / LVS

·         Gegevens over sociale en emotionele ontwikkelingen

·         Gegevens over werkhouding, motivatie, zelfstandigheid

·         Overzichten van interne en externe MDO’s

·         Verslagen van oudergesprekken

·         Verslagen van externen

 

Communicatie met de ouders

Ouders zijn een heel belangrijke partner. Betrokkenheid van ouders komt de ontwikkeling van kinderen ten goede.

Wij hechten als school veel belang aan een open en correcte communicatie.

Als school informeren we de ouders duidelijk. We hopen dit ook van de ouders. Wederzijds respect is hierbij een belangrijke factor.

 

Het is als school onze bedoeling om op dezelfde lijn te staan van de ouders. We beogen immers hetzelfde doel: ‘We willen het beste voor elk kind’.